DOOR DE LEERKUIL! (GROEP 1-8)
Kopieer het werkblad ‘Door de leerkuil’ voor de kinderen en laat ze zichzelf tekenen voor de muur. Leg uit dat je voor de muur staat als er een moeilijke opdracht is. Dat kan het bouwen van een toren zijn of een moeilijke som of het spelen in de pauze. Bespreek met de kinderen hoe ze door de muur kunnen komen. Bedenk samen met de kinderen ‘helpende gedachten’; dit zijn gedachten die je helpen om door te zetten.
DE MUUR (GROEP 1-8)
In de leerkuil is het moeilijkste moment vlak voor de muur. Dan is de taak moeilijk en moet je bedenken welke strategie je gaat toepassen, zodat het wel gaat lukken. Een moment dat sommige kinderen snel opgeven. Maak de muur zichtbaar in de klas -op een poster of met lego- en verzamel samen ‘muur-momenten’. Bespreek deze momenten met elkaar en verzin met elkaar oplossingen om door de muur te komen.
BOUW DE LEERKUIL (GROEP 1-8)
Laat de kinderen een manier bedenken om de leerkuil te visualiseren. Dat kan in het platte vlak (muurversiering, tekening op de grond of driedimensionaal (met lego, knex of gemaakt door de 3D-printer). Laat de kinderen zichzelf ook maken/tekenen/fotograferen en een plek geven in de leerkuil.
DE GROEITORENRAAD (GROEP 3-8)
Wijs deze periode een groepje kinderen aan als 'groeitorenraad'. Zij krijgen deze periode een aantal vaste momenten om met elkaar te 'vergaderen' over DOORZETTEN BIJ MOEILIJKE TAKEN in de klas. Ze maken plannen om dit te verbeteren en mogen deze ook presenteren en uitvoeren in de klas. Andere kinderen kunnen hun ideeen aan hen doorgeven.
MOEILIJKE OPDRACHT (GROEP 1-8)
Kies een echt moeilijke opdracht voor de groep, iets waar ze sowieso allemaal even voor moeten puzzelen. Observeer wat er gebeurt en bespreek na. Het is ook mogelijk om de opdracht in groepjes te laten doen, dan komen er andere vaardigheden bij. Wie neemt het voortouw, wie geeft snel op, wie kan goed samenwerken, wie heeft een echte groeimindset?
Bespreek de opdracht klassikaal na. Zonder namen te noemen, benoem je het opgeven, de frustraties en de andere emoties die je hebt gezien, maar ook het volhouden, het gebruik van verschillende strategieen en de kick als het wel gelukt is.
HET GEDACHTENEXPERIMENT (GROEP 1-8)
Een stapje verder gaat 'het gedachtenexperiment'. Wat gebeurt er als je steeds maar negatieve gedachten in je hoofd hebt of juist als je jezelf altijd bemoedigend toespreekt? In dit experiment ga je deze gedachten hardop uitspreken. Zorg voor een veilige setting waarbij de kinderen heel goed weten dat dit een experiment is. Kies een moeilijke opdracht en zet de kinderen hiermee aan het werk. Vervolgens ga je hardop negatieve of helpende gedachten uitspreken. Bespreek dit dan na. Hoe voelt dit voor het kind? Welke invloed hebben de gedachten op jou?
ESCAPEROOM OF CODEKRAKER (GROEP 1-8)
Twee voorbeelden van een moeilijke opdracht -een escaperoom en een codekraker- zijn in allerlei vormen en maten te vinden online en offline. Het is een heel mooie manier om leerlingen te observeren; hoe gaat het doorzetten als het echt moeilijk wordt?
Zelf een codekraker maken kan ook heel eenvoudig. Regel een doos of kistje, vul deze met iets lekkers en hang er een cijferslotje aan. Verzamel 4 puzzelbladen en zet op elk blad een rode cirkel. De cijfers (of letters, die je kunt omzetten naar cijfers) die in de cirkels terechtkomen vormen samen de code. Zet de timer en laat de kinderen het dan zoveel mogelijk zelf oplossen!
JUF OF MEES SUFFIE OP BEZOEK (GROEP 1-8)
Kruip in de rol van Juf of Mees Suffie en laat in de klas zien hoe het vooral niet moet. Pak een werkje en ga zogenaamd aan het werk. Laat zien dat het moeilijk is en reageer door boos te worden, verdrietig of gewoon meteen op te geven. Praat hardop tegen jezelf: "Dit is te moeilijk." "Dit is onmogelijk!" "Laat maar zitten." enz.
Vraag de kinderen daarna om tips voor Juf of Mees Suffie. Laat eventueel een afbeelding zien van de leerkuil.