MIJN PERFECTE WERKPLEK (GROEP 3-8)
Laat de kinderen op het kopieerblad Mijn perfecte werkplek! zichzelf tekenen aan hun tafel en nadenken over alles wat hen helpt om zo rustig en lang mogelijk door te werken in de klas. Laat de kinderen dit ook met elkaar uitwisselen.
ONS PERFECTE LOKAAL (GROEP 3-8)
Maak met de groep een plan om alle tafeltjes, materialen en kasten zo handig mogelijk in te delen in het lokaal. Laat de kinderen nadenken over looplijnen, welke materialen waar handig zijn en hoe je er samen voor kunt zorgen dat alles op z'n plek blijft liggen. Laat een aantal kinderen de plannen uitwerken in een plattegrond en uitvoeren. Zorg dat je dit ook na een aantal weken met de kinderen evalueert en eventueel aanpast.
HOEVEEL KINDEREN ACHTER MIJ? (GROEP 1-8)
Eén kind gaat voor de klas staan met het gezicht naar het (digi)bord. In volledige stilte wenkt de leerkracht kinderen die heel zachtjes in een rij achter dit kind gaan staan. Na een tijdje vraagt de leerkracht aan het kind hoeveel kinderen er in de rij staan.
MANDALAMOMENTJE (GROEP 1-8)
Geef de kinderen een mandala en laat ze in volledige rust, zonder te praten, een aantal minuten zo geconcentreerd mogelijk kleuren. Eventueel kan er een rustgevend muziekje opgezet worden. Bij herhaling van de activiteit kan de tijd opgebouwd worden. Variatie: Zet juist harde muziek op en daag de kinderen uit zich niet af te laten leiden.
DE STOORZENDER (GROEP 1-8)
Geef de kinderen een duidelijke taak (blad tafelsommen, puzzel) en geef een startteken. Ga vervolgens zelf (of geef een kind die opdracht) als een stoorzender door de klas en probeer de kinderen af te leiden met geluiden en bewegingen. De kinderen proberen zo goed mogelijk door te werken. Bespreek daarna hun ervaringen.
TELSPEL (GROEP 6-8)
De opdracht is om zo ver mogelijk te tellen samen doordat willekeurig kinderen het volgende getal noemen, MAAR er mag maar steeds één iemand tegelijk het getal noemen. Zodra twee of meer kinderen het getal opnoemen, beginnen ze weer bij nul.
KAARTENHUIS BOUWEN (GROEP 4-8)
De kinderen krijgen individueel of per tweetal een stapeltje kaarten en proberen een kaartenhuis te bouwen. De eerste keer mag er gepraat worden, daarna nog een keer in stilte. Daarna bespreek je met ze welke strategieen hierbij het beste werkten.
MINUTEN SPAREN (GROEP 3-8)
Met de klas kan -net als bij SNEL STARTEN- op een speelse manier het goed doorwerken worden gestimuleerd. De leerkracht en de kinderen houden eerst bij hoe lang het lukt om met elkaar rustig door te werken aan een bepaalde activiteit. Op een later moment probeert de klas dit langer vol te houden en deze minuten worden genoteerd. De kinderen mogen de verdiende minuten besteden aan een leuke activiteit, in overleg met de leerkracht, zoals een spelletje of extra lang buiten spelen.
DE GROEITORENRAAD (GROEP 3-8)
Wijs deze periode een groepje kinderen aan als 'groeitorenraad'. Zij krijgen deze periode een aantal vaste momenten om met elkaar te 'vergaderen' over GOED DOORWERKEN in de klas. Ze maken plannen om dit te verbeteren en mogen deze ook presenteren en uitvoeren in de klas. Andere kinderen kunnen hun ideeen aan hen doorgeven.
JUF OF MEES SUFFIE OP BEZOEK (GROEP 1-8)
Kruip in de rol van Juf of Mees Suffie en laat in de klas zien hoe het vooral niet moet. Pak een werkje en ga zogenaamd aan het werk. Laat je afleiden door alles om je heen, begin een praatje met een kind, probeer spullen te vinden en doe daar vooral heel lang over, begin met iets anders, enzovoort.
Vraag de kinderen daarna om tips voor Juf of Mees Suffie.