De Groeitorens
 
(Advertentie)
(Advertentie)

SNEL STARTEN is het vermogen om zo snel mogelijk te starten met een opdracht of activiteit en ook zo snel mogelijk weer te stoppen met een activiteit. Daar hoort dus ook het opruimen van materialen bij. Het bewust oefenen van snel starten voorkomt veel verspilde tijd en geeft rust in een klas. Op deze pagina zijn tips, spelletjes en activiteiten verzameld, die helpen het snel starten te bevorderen.

1.      Mijn spullen hebben een vaste plek in de klas. Met hulp van de leerkracht zorg ik dat dit op orde blijft.

2.      Ik los zelf problemen op met materialen die kwijt zijn.

3.      Ik heb mijn materialen op orde. Ik pak vrijwel meteen mijn spullen en start met de opdracht.

4.      Ik heb mijn materialen op orde. Ik pak meteen mijn spullen en start met de opdracht.

 

'Snel starten' is de kindvriendelijke vertaling van de taakinitiatie, maar er spelen ook andere executieve vaardigheden een rol. Als een kind bij de start van een activiteit niet weet wat het moet doen, kan dit ook een verstoord werkgeheugen zijn of misschien zijn er problemen met flexibiliteit. Tijdens een coachgesprek zoekt de leerkracht dit uit met het kind zelf. Op het moment dat het duidelijk is waar de problemen vandaan komen, kan er een gericht actieplan worden gemaakt. 

(Advertentie)
  • Introduceer de groeitoren snel starten duidelijk in de klas. Bespreek de betekenis en wissel tips uit om het te verbeteren, individueel en klassikaal.
  • Laat elk kind zijn eigen actieplan maken. In het werkboek staan formulieren die kinderen (vanaf groep 5) hiervoor gebruiken. Op welk niveau sta ik nu en wat heb ik nodig om één niveau hoger te komen?
  • Richt het klaslokaal -bij voorkeur in overleg met de kinderen- zo in, dat alle kinderen gemakkelijk bij alle materialen kunnen komen.
  • Bedenk samen een oplossing voor kwijtgeraakte spullen.
  • Geef zelf het goede voorbeeld door je bureau overzichtelijk te houden. 
  • Bij individuele problemen is het observeren van en praten met kinderen van groot belang. Ontdek samen wat het probleem is en hoe dit probleem opgelost kan worden. Bedenk samen oplossingen.

 

Met deze spelletjes oefenen kinderen het snel starten:

-Halli Galli

-Vlotte geesten

-Kakkerlakkensalade

-Set

-30 seconds

-Pim pam pet

-Pictionary 

-Qwixx

-Speed

-Color addict

-Speed Cups

-Taco cat goat cheese pizza

 

 

(Advertentie)
Werkboekjes Vaderdag
Nieuwe boekjes voor groep 1 t/m 3. Download nu!
(Advertentie)

SPULLENBINGO (GROEP 1-8)

Op een bingokaart (werkboek groeitorens) staan plaatjes van materialen. De klas wordt verdeeld in groepjes en de groepjes krijgen een bingokaart. Op het startteken proberen ze zo snel mogelijk alle spullen te verzamelen en op de kaart te leggen. Het groepje dat als eerste klaar is, gaat snel zitten en roept BINGO!

 

OPRUIMSPEL (GROEP 1-8)

De leerkracht verzamelt uit de hele klas materialen en legt deze in het midden van de kring. Op het startteken proberen de kinderen zo snel mogelijk alle spullen weer op de juiste plek terug te leggen. In spelvorm kan dit ook door alle spullen 2 of 3x neer te leggen en 2 of 3 groepjes kinderen tegen elkaar te laten strijden; welk groepje is het snelst?  

 

IK GA... EN HEB NODIG... (GROEP 1-4)

De leerkracht geeft steeds een opdracht, bijvoorbeeld: "Ik ga knutselen en heb geel papier, een schaar, lijm en een prikpen nodig." De kinderen proberen deze zo snel mogelijk naar de leerkracht te brengen. Dit kan ook als wedstrijdje met meer groepjes.

 

WAT KLOPT ER NIET? (GROEP 5-8)

De leerkracht legt materialen in de klas verkeerd neer, bijvoorbeeld:

-een taalboek tussen de rekenboeken

-pennen tussen potloden

-lijmpotjes op de verkeerde plek

De kinderen proberen alle fouten te ontdekken. Ze schrijven dit op en daarna kan gekeken worden hoeveel fouten ontdekt zijn. Daarna kan de helft van de klas dit doen voor de andere helft.

 

LAAT HET ZIEN (GROEP 3-8)

De leerkracht geeft opdrachten om zo snel mogelijk een voorwerp uit het vak in de lucht te steken, bijvoorbeeld een grijs potlood, balpen, kladschrift, wisbordje, gum, enz. Maak er een speels wedstrijdje van.

 

1 2 3 ... FIX JE ETUI! (GROEP 3-8)

Zorg dat er vaste afspraken zijn over wat er in het etui hoort of schrijf dit aan het begin van de activiteit op het bord. Laat de kinderen hun etui pakken, zeg '1 2 3... fix je etui!' en laat de kinderen dan zo snel mogelijk hun etuis op orde maken. Dit kan individueel, maar het kan ook in tweetallen of per groepje. Zodra alle etuis aangevuld en opgeruimd zijn, steken de kinderen hun etui in de lucht. 

 

LET'S GO!! (GROEP 3-8)

De leerkracht oefent het starten met de juiste materialen en geeft steeds een opdracht:

-We gaan beginnen met rekenen, let's go!

-We gaan beginnen met tekenen, let's go!

-We gaan beginnen met WO, let's go!

Daarna checkt de leerkracht met de klas of de juiste materialen op tafel liggen en stimuleert het steeds sneller klaarleggen. 

 

MINUTEN SPAREN (GROEP 3-8)

Gedurende de dag zijn er diverse momenten waarop de kinderen 'snel starten'. De leerkracht spreekt van tevoren met de kinderen af hoeveel minuten het klaarleggen van de spullen mag kosten. Dit kan per vakgebied verschillen. De leerkracht timet hoe lang het werkelijk duurt. Gaat het sneller dan de afgesproken tijd, dan worden de overige minuten 'gespaard'. De kinderen mogen de verdiende minuten besteden aan een leuke activiteit, in overleg met de leerkracht, zoals een spelletje of extra lang buiten spelen.

 

DE GROEITORENRAAD (GROEP 3-8)

Wijs deze periode een groepje kinderen aan als 'groeitorenraad'. Zij krijgen deze periode een aantal vaste momenten om met elkaar te 'vergaderen' over SNEL STARTEN in de klas. Ze maken plannen om dit te verbeteren en mogen deze ook presenteren en uitvoeren in de klas. Andere kinderen kunnen hun ideeen aan hen doorgeven. 

 

JUF OF MEES SUFFIE OP BEZOEK (GROEP 1-8)

Kruip in de rol van Juf of Mees Suffie en laat in de klas zien hoe het vooral niet moet. Vertel wat je gaat doen (taakje, werkje), maar ga vooral niet echt starten. Laat je afleiden door alles om je heen, begin een praatje met een kind, probeer spullen te vinden en doe daar vooral heel lang over, begin met iets anders, enzovoort.

Vraag de kinderen daarna om tips voor Juf of Mees Suffie. 

 

 

(Advertentie)