De Groeitorens
 
(Advertentie)
(Advertentie)

ONTHOUDEN EN DOEN is de vaardigheid om goed te luisteren naar de opdracht, dit op te slaan in het werkgeheugen en daarna aan het werk te gaan. 

Op deze pagina zijn tips, spelletjes en activiteiten verzameld om het onthouden en doen te bevorderen.

       1. Ik let op bij de instructie en kan herhalen wat er is verteld.

       2. Ik stel vragen als de instructie niet duidelijk is.

       3. Ik stel vragen tijdens het werk als ik iets niet weet.

       4. Ik let goed op tijdens de instructie en zoek zelf oplossingen voor problemen.

     

ONTHOUDEN EN DOEN: EXECUTIEVE VAARDIGHEDEN

De groeitoren onthouden en doen gaat vooral over het goed gebruiken van het werkgeheugen. Het gaat om het (tijdelijk) onthouden van bijvoorbeeld de uitleg van juf of meester of zodat je goed weet wat je moet doen of het uitrekenen van een som. Voor een goede werking van het werkgeheugen is het belangrijk allereerst je aandacht te richten op belangrijke verbale en auditieve signalen. Daarvoor moet je dus ook leren je aandacht NIET te geven aan niet-belangrijke signalen en dit kan in een klaslokaal een hele uitdaging zijn! Ook negatieve gedachten kunnen 'plek innemen' in je werkgeheugen, waardoor er minder ruimte over is. Kinderen die zich hier bewust van zijn kunnen hier aan werken en met de tips op deze pagina help jij ze hierbij.

 

 

(Advertentie)
ONTHOUDEN EN DOEN: DE ROL VAN DE LEERKRACHT
  • Introduceer de groeitoren onthouden en doen duidelijk in de klas. Bespreek de betekenis en wissel tips uit om het te verbeteren, individueel en klassikaal.
  • Geef uitleg over het werkgeheugen; wat is het en hoe kun je zorgen dat het optimaal werkt?
  • Laat elk kind zijn eigen actieplan maken. In het werkboek staan formulieren die kinderen (vanaf groep 5) hiervoor gebruiken. Op welk niveau sta ik nu en wat heb ik nodig om één niveau hoger te komen?
  • Geef korte en duidelijke instructies en laat eventueel aantekeningen maken (bovenbouw).
  • Bij individuele problemen is het observeren van en praten met kinderen van groot belang. Ontdek samen wat het probleem is en hoe dit probleem opgelost kan worden. Bedenk samen oplossingen.

Met deze spelletjes oefenen kinderen het onthouden en doen:

-Halli Galli

-Vlotte geesten

-Kakkerlakkensalade

-Set

-Memory

-Mastermind

-Pim pam pet

-Pictionary

-30 seconds

-Schaken

-Dammen

-Beverbende

-Codenames

 

Klik op het plaatje om te starten. Als je dezelfde foto nog een keer ziet, klik je. Kun je alle afbeeldingen onthouden? 

(Advertentie)
(Advertentie)
Werkboekjes Vaderdag
Nieuwe boekjes voor groep 1 t/m 3. Download nu!
(Advertentie)

UITLEG BIJ ELK SPEL (GROEP 1-8)

Bij de uitleg van elk willekeurig spel doe je een beroep op het werkgeheugen van de kinderen. Benoem dit deze periode regelmatig: ik VERTEL hoe het spel gaat, jullie HOREN dat en ONTHOUDEN het in je hersenen en daarna gaan we het spel echt DOEN. Ook bij het nabespreken kun je dit proces benoemen en evalueren. 

 

ROBOTSPEL (GROEP 1-8)

De kinderen zijn robots en de leerkracht gaat ze programmeren. "Als ik in mijn handen klap / op de playknop druk / op de buzzer druk..." en daarna volgen een aantal commando's, afhankelijk van de leeftijd. Bijvoorbeeld: "... ga je staan, draai je een rondje, raak je je neus aan, zeg je HALLO, doe je drie stappen vooruit, ga je door je knieen..." enz. Leg de kinderen uit dat ze nu heel actief hun werkgeheugen gebruiken en trainen.

 

HANDELINGENRIJ (GROEP 3-8)

De eerste leerling doet iets (stukje lopen, draaien, springen, in de vingers knippen), de volgende doet dit na en voegt er zelf iets aan toe. Hoe lang kan de rij doorgaan, voor er iets vergeten wordt?

 

LEVEND MEMORY (GROEP 3-8)

Twee kinderen verlaten het lokaal en de andere kinderen vormen geheime koppels. Ze spreken samen een geluid en een beweging af en gaan terug naar hun eigen plek. Ze gaan staan achter hun stoel en draaien een kwartslag. De twee kinderen komen binnen en spelen memory: ze noemen steeds twee namen en deze kinderen maken hun geluid en beweging? Als dit dezelfde zijn, krijgt het kind een punt en gaan de twee kinderen zitten. Wie krijgt de meeste punten?

 

DE GROTE GEHEUGENQUIZ (GROEP 1-8)

Noteer tijdens de dag een aantal details die in jouw uitleg van verschillende vakken langskwamen. Aan het eind van de dag speel je De Grote Geheugenquiz waarin deze details in quizvragen worden gecheckt. Verdeel daarvoor de klas in groepjes, geef ze allemaal een buzzer of belletje en houd de puntentelling bij. Maak er een speels geheel van en herhaal de quiz eventueel elke dag of elke week. Prijsjes maken er helemaal een feestje van en ondertussen zijn de kinderen steeds meer gemotiveerd om de hele dag goed op te letten!

 

HET GEHEUGENPALEIS (GROEP 3-8)

Leer de kinderen deze techniek om beter te onthouden. Schrijf 10 voorwerpen op het bord. Laat de kinderen een route door hun eigen huis visualiseren en onderweg de 10 voorwerpen neerleggen. Verwijder dan de 10 woorden en laat de kinderen proberen ze weer te noteren of op te noemen. Zie ook het filmpje.

 

WERKGEHEUGEN AAN! (GROEP 3-8)

Tijdens het geven van je instructies benoem je zoveel mogelijk de werking van de hersenen en het werkgeheugen. Door steeds aan het begin te zeggen: 'Werkgeheugen aan!' leren kinderen dit bewuster te doen en strategieen te gebruiken om het onthouden van de instructie te stimuleren, zoals goed luisteren, vragen stellen, samenvatten en eventueel aantekeningen maken. 

 

AANTEKENINGENSCHRIFT (GROEP 3-8)

Een mooi hulpmiddel is het gebruik van een aantekeningenschrift. Hierin kunnen strategiekaarten worden geplakt, maar de kinderen kunnen ook leren om zelf aantekeningen te maken. 

 

DE HULPTEKENAAR (GROEP 3-8)

Een ander bewezen effectief middel is het maken van schema's, hulptekeningen en overzichten om lesstof gemakkelijker op te nemen. De leerkracht wijst een 'hulptekenaar' aan, die een (deel van een) whiteboard in de klas tot zijn beschikking krijgt. Tijdens de instructie van bijvoorbeeld de rekenles maakt dit kind ondersteunende tekeningen of schema's. De leerkracht bespreekt de tekeningen ook en stimuleert de kinderen variaties te bedenken en hun eigen tekeningen op hun wisbordje of in hun schrift te maken. 

 

UITSTELBINGO (GROEP 4-8)

Doe een potje bingo maar dan anders. De kinderen hebben de bingokaart omgekeerd op hun tafel liggen en een potlood in de hand. Je noemt meerdere getallen achter elkaar (pas dit aan aan de leeftijd) en op jouw teken mogen de kinderen de bingokaart omdraaien en de genoemde getallen opzoeken en aankruisen. Daarna gaan de bingokaarten weer op de kop en gaan we door tot er bingo is!

 

MIJN HOOFD ZIT ZO VOL! (GROEP 3-8)

Deel aan de kinderen het kopieerblad Mijn hoofd zit zo vol! uit. Leg aan de kinderen kort uit wat het werkgeheugen is; een plek in je brein die bedoeld is om bijvoorbeeld een som uit te rekenen, na te denken over een probleem, een puzzel op te lossen, enzovoort. Dat werkgeheugen is beperkt, dus elke afleiding verstoort dit proces. Dit kunnen beelden en geluiden zijn, maar ook gedachten die je in de weg zitten. Laat de kinderen zelf het werkblad invullen. Dit kopieerblad is ook goed bruikbaar bij individuele coaching.

  

DE GROEITORENRAAD (GROEP 3-8)

Wijs deze periode een groepje kinderen aan als 'groeitorenraad'. Zij krijgen deze periode een aantal vaste momenten om met elkaar te 'vergaderen' over ONTHOUDEN EN DOEN in de klas. Ze maken plannen om dit te verbeteren en mogen deze ook presenteren en uitvoeren in de klas. Andere kinderen kunnen hun ideeen aan hen doorgeven.